Tijdens zijn carrière is Wissing altijd lobbyist geweest. Sinds 1984 tijdens zijn vakbondstijd, b.v. bij leden van de Tweede Kamer. Enkele voorbeelden zijn de lobby tegen de bezuiniging op de omroeporkesten in het begin van de 90-er jaren en de plannen om de regionale orkesten te fuseren. In beide gevallen zijn de aanvankelijke plannen uitgesteld en verbeterd. In het eind van de 90-er jaren heeft Wissing naam gemaakt met zijn internationale onderzoek naar salarissen van orkestmusici. Dit onder is gepubliceerd in Boekman Cahier 37 van september 1998. Het is gebruikt in gesprekken met Tweede Kamer leden en in een later stadium zijn op basis van dit onderzoek de salarissen van de musici van het Koninklijk Concertgebouw verhoogd. Bij dat orkest waren de verschillen met het buitenland het meest schrijnend. Met een publicatie in NORMA Nieuws van oktober 2005 begon de lange strijd voor een beter auteurscontractenrecht, dat uiteindelijk in 2015 werd gerealiseerd met de Wet Auteurscontractenrecht, mede door een effectieve lobby. In dezelfde periode begon de lobby bij de leden van het Europese Parlement voor een vergoeding voor streaming voor musici en acteurs.
Wat is lobbyen?
Lobbyen is het stelselmatig uitoefenen van invloed op beleidsmakers bij bestuursorganen; het initiatief voor het contact ligt bij de lobbyist, iemand die er geen statutair onderdeel van uitmaakt. De interventie door zo’n derde partij vindt doorgaans plaats buiten het zicht van de openbaarheid. Een ander kenmerk van lobbyen is dat de externe beïnvloeding plaatsvindt buiten het actief kiesrecht en het petitierecht om en evenmin in het kader van procedures voor inspraak en participatie.
Op bestuurlijk niveau
Lobbyisten richten zich bij hun werk op de beïnvloeding van bestuurlijke machtscentra: op bestuurders van organisaties, volksvertegenwoordigers, ambtenaren, onderzoekers en op andere functionarissen die werkzaam zijn in en voor de publieke sector. Lobbyen gebeurt op alle bestuursniveaus en kan zich behalve op overheden en parlementen ook richten op de besturen van maatschappelijke instellingen en bedrijven, op supranationale en niet-gouvernementele organisaties. Ook het bestuur van een gewone sportvereniging kan ‘belobbyt’ worden.
Een lobby kan gericht zijn op invoering of wijziging van regels en op verkrijgen van subsidies, vergunningen, licenties, registraties en posities en met het oog op een betere positionering in het publieke krachtenveld.